Belangrijkste conclusies
Diverse aspecten van de organisatie en het management van de hulp door het Ministerie van Buitenlandse Zaken werden onderzocht. De hier gepresenteerde conclusies betreffen alleen de aanpak en de effecten van de hulp. Ze gelden zowel voor de Nederlandse als voor de internationale hulp, en ook voor die van de NGO's, b.v. de NOVIB, want de verschillen in de hulp zijn niet erg groot.
De hulp faalt, en hoe dat komt
-
De grote hoeveelheden hulp aan Afrika hebben tot nog toe geen enkel effect. Wereldwijd neemt de welvaart toe en daalt het percentage armen. Alleen in Afrika (ten zuiden van de Sahara) is er al decennia geen enkele verbetering: het percentage ondervoede mensen blijft even hoog, en de levensverwachting blijft onveranderd laag.
-
Er is geen statistisch verband tussen hulp en ontwikkeling. Landen die veel hulp ontvangen ontwikkelen zich niet sneller dan landen die weinig of geen hulp krijgen. Zoals de hulp nu wordt gegeven heeft die dus geen zin.
-
Waar voedsel schaars is leiden drinkwatervoorziening en gezondheidszorg tot meer kinderen en meer kinderondervoeding. In Afrika en India is meer dan 40% van de kinderen onder de vijf jaar langdurig ondervoed (aanzienlijk te kort voor hun leeftijd). Door verbetering van de drinkwatervoorziening en de gezondheidszorg stijgt het aantal kinderen per gezin, maar de hoeveelheid voedsel blijft gelijk. daardoor neemt de kinderondervoeding toe.
-
Lager onderwijs leert arme kinderen niets waarmee ze een inkomen kunnen verdienen. De meeste kinderen leren alleen een beetje lezen en schrijven. Ze volgen na de lagere school geen ander onderwijs en ze verwerven geen vakkennis. Maar nergens in de wereld kun je met alleen wat lezen en schrijven een behoorlijk inkomen verdienen.
- De slechte kwaliteit van het bestuur kan niet door hulp worden verbeterd. Veel hulp maakt het alleen maar erger. Grote hoeveelheden hulp maken het de politici heel erg gemakkelijk om aan veel geld te komen. Daardoor zijn ze minder afhankelijk van de steun van de bevolking, en concentreren ze zich op het vergroten van hun eigen macht en rijkdom. Dat gaat ten koste van de kwaliteit van het bestuur. Door veel hulp gaat de kwaliteit van het bestuur dus achteruit.
-
Een derde van de staatsfondsen in de ontwikkelingslanden raakt zoek door corruptie. Van de Nederlandse hulp verdwijnt per jaar ruim anderhalf miljard Euro. Verscheidene betrouwbare instanties, zoals de Wereld Bank, hebben cijfers gepubliceerd over de omvang van de corruptie in ontwikkelingslanden. Het blijkt dat grofweg een derde deel van het overheidsbudget verdwijnt door corruptie. Dat geldt ook voor de hulp. Dat is een extra reden om minder hulp te geven rechtstreeks aan de overheid.
-
De grote hoeveelheden hulp aan Afrika veroorzaken een overwaardering van de lokale munt waardoor landbouw en industrie niet kunnen concurreren. De grote stromen euro's en dollars van de hulp stuwen de waarde van de lokale munt omhoog. Daardoor ligt in Afrika het prijspeil royaal boven dat in landen zoals China en India, terwijl de productiviteit daar bovendien al veel hoger is. Fabrieken en boerenbedrijven in Afrika kunnen daarom niet concurreren. Door de hulp zoals we die nu geven stagneert de economie.
Hoe het anders kan
Zouden de gezinnen die schoon drinkwater krijgen wel voldoende voedsel hebben, dan zou de kinderondervoeding niet stijgen. Dus als die families over de kennis beschikken om meer voedsel te produceren, of om een inkomen te verdienen waardoor ze voedsel kunnen kopen, dan heeft schoon drinkwater wel een positief effect. En indien de kinderen praktische vaardigheden leren waarmee ze een inkomen kunnen verdienen, dan draagt het onderwijs wel bij aan de armoedevermindering. Bovendien, als de donorlanden minder hulp geven in de vorm van geld aan de overheid, en meer in de vorm van overdracht van praktische kennis aan de armen, dan zou het bestuur niet verslechteren, en zouden de armen meer kans hebben uit de armoede te ontsnappen. En gaan de mensen meer produceren dan groeit ook de economie, en daardoor wordt het opdrijvend effect van de hulp op de wisselkoers van de lokale munt geneutraliseerd. En dan kunnen Afrikaanse boeren en bedrijven wel concurreren. Dan ontstaat er werkgelegenheid en zullen, op termijn, de lonen gaan stijgen.
De ontwikkelingshulp moet zich dus vooral concentreren op de overdracht van kennis en kunde waarmee de armen een inkomen kunnen verdienen.
Samenvattend
Er blijken allerlei mechanismen te bestaan die ertoe leiden dat de doelen van de hulp niet worden behaald. Die zijn nauwelijks bekend, en voor zover ze wel bekend zijn wordt het effect ervan genegeerd. Maar de hulp kan meer worden gericht op het verbeteren van de eigen capaciteiten van de mensen zodat ze betere producten en diensten gaan produceren, en op een efficientere manier. Daardoor verdienen ze een inkomen en vermindert de armoede.
Programma's die daarop gericht zijn hebben vaak wel een positief en blijvend effect.
Download rapporten
Meer uitleg en een wat meer uitgebreide onderbouwing vindt u in het rapport "De ontwikkelingshulp moet radicaal anders". Het volledige onderzoek, inclusief de aanpak en alle bronnen, vindt u in het proefschrift.
 |